Trancereis, op weg naar…


In de voorbereiding op trancereizen, voelde ik tijdens een wandeling over de Noordermarkt, me geroepen door een Batak-staf, de Tunggal Panaluan. Toen ik deze vasthield, voelde ik meteen dat hij met me mee moest. Deze staf voelde aan als een antenne naar de andere werkelijkheid!
batak staff
Geinspireerd door de grote staf, ging ik aan de slag met het samenstellen van een kleine staf.
Hierbij werd ik geholpen door beelden van Eshu-Elegbara, opener van de weg, bewaker van de kruiswegen. Deze kleine staf voelt een stuk heftiger aan dan de grote staf, wellicht omdat ik er zoveel energie en creativiteit aan heb besteed!

Gevoel van verwondering…enerzijds laat ik me inspireren door het Noord-europese Spaecraft, anderzijds komen krachtvoorwerpen en symbole  op mijn pad, behorende tot andere tradities!
You must be joking…

eshu staff
Voorafgaand aan de trancereis, geluisterd naar een verhaal over Frau Holle.
Lewis Carroll beschrijft een vergelijkbare poort naar Wonderland….

Op trancereis, met als intentie: wat heb ik nodig om mijn spiritueel pad te kunnen volgen?

Een duik in het diepe, door een donkere poort, reizend over het groene land…
Ik kom aan op een geasfalteerde weg, en rijd op een motor samen met een hele colonne Satu Darah totdat het tijd is om terug te keren naar de dagelijkse werkelijkheid.

Overweging: het reizen naar mijn roots in Centraal en Zuidoost Azie, is een belangrijk onderdeel van het proces die ik aanga op mijn pad!

 

Droom: de zwervers van het verloren paradijs


Deze droom ontving ik na een Seidhr…
Ik werkte bij een overheidsinstantie, en gaf geheime informatie door aan asielzoekers, zodat ze sneller aan een verblijfsvergunning konden komen.
Ze hadden een bijzonder verhaal over de oorzaak van hun ballingschap:
In vroeger tijden woonden ze in Shangri-La, in een afgezonderde streek.
Deze stam leefde rondom een meer in een dal, omringd door hoge bergen.
In de hoge rots die uitkeek over het meer,  was een groot hoofd van een beschermgeest uitgehouwen.
Hij had een woest uiterlijk met uitpuilend ogen, in de stijl van de balinese Barong.
Op de plek van zijn derde ook had hij een groot juweel, waarvan de stralen ervoor zorgden dat het leefklimaat van de omgeving goed was.
De stam leefde generaties lang in een paradijselijke omgeving totdat de Engelsen kwamen.
De kolonisten wilden het juweel roven, maar toen ze probeerden om deze uit het beeld te houwen, spatte het juweel in stukken uiteen…
De brokstukken vielen in het meer, en door de sterke straling stierven alle vissen en verdorde het gewas rondom het meer.
De stam kon niet meer blijven in hun geboortegrond, en gingen zwerven als zigeuners.
Maar omdat ze generaties lang in een paradijselijk oord hadden geleefd, hadden ze weinig vaardigheden in het omgaan met de harde wereld, de meesten van hen werden bedelaars.
Hun huidige clanleider droomde nog altijd van het herstel van hun thuisland, hij hoopte dit te bewerkstelligen door alle brokstukken van het juweel te verzamelen, zodat het beeld van de beschermgeest hersteld kon worden.
Terwijl hij op de berg aan het dromen was, werd hij beslopen door een tijger, maar gelukkig werd hij gered door een olifant die de tijger besprong.
Olifant en tijger stortten samen in de afgrond, maar het clanhoofd was gered.