Christendom vs Jodendom


Preek ds. N. Mos, Messiaskerk Wassenaar, Zondag 13 maart 2005
Schriftlezingen: Genesis 3,2-7 en Mattheüs 26,3-5 en 14-15 en 27,3-5
Gemeente van Christus. Achter Judas staan in het NT de Joden. De naam geeft dat ook al aan: Judas, Judah, Jood. Maar het blijkt eigenlijk nog veel duidelijker uit de wijze waarop over hem wordt verteld. Alles wat hij zegt en doet is door en door joods.
Het bijbelverhaal wil dat op geen enkele manier verbergen.
Sterker nog, het lijkt er zelfs op dat er om die reden zo uitgebreid over Judas wordt verteld, om te laten zien: zó zijn nu de Joden..
Nu hebben we al zestig jaar gelden van professor Miskotte in zijn Bijbels ABC geleerd,dat als het in de bijbel gaat over Joden, dan wordt daarmee niet een land of een volk bedoeld, maar dan gaat het om een bepaalde wijze waarop mensen ‘mens zijn’.
Zoals de heidenen en de Grieken die in de bijbel worden genoemd, ook niet in Griekenland wonen, maar het gaat om een bepaalde wijze waarop een mens ‘mens is’ in zijn hart.
En Paulus breidt deze gedachte later nog uit met de besnijdenis. Dan gaat het ook niet langer om een bepaalde lichamelijke-medische ingreep, maar dan gaat het om iets dat ons denken en onze ziel betreft. En dat moet u dus steeds in gedachten hebben als ik het vanmorgen over ‘de Jood ‘ heb.
De Jood in ons is een verrader, zegt Mattheüs. En hij laat het zien aan de manier waarop Jezus er in wordt geluisd. Ja, anders kun je het eigenlijk niet uitdrukken. Voor dertig zilverlingen. Het heil wordt door de Jood voor geld verkwanseld, zegt Mattheüs.
En de Jood in ons laat het daarmee op een grandioze manier afweten. En dat verhaal van het af laten weten begint feitelijk al in het paradijs. Want ‘jood zijn’ wil zeggen ‘uitverkoren zijn’. Geroepen zijn om het evangelie te verkondigen
De jood wordt uit de volkeren genomen en hij wordt apart gezet om Gods Koninkrijk present te stellen in deze wereld.
‘Jood zijn’ is een opdracht.
Het is door God aangewezen worden om uit al wat leeft, en dat is niet nogal wat wat er leeft, van onzichtbare larven en insecten tot dinosaurussen.
De Jood wordt aangewezen om uit al wat leeft, of heeft geleefd, om God te vertegenwoordigen in de schepping.
En zo was Judas er ook door Jezus bij geroepen om mee te doen het Koninkrijk van God gestalte te geven.
Dus om, om Gods heil te brengen, zieken te genezen, lammen te laten lopen, boze geesten uit te drijven.
En bovendien had Judas daar ook nog de kas bij gekregen.
Dat was dus binnen de vertrouwensfunctie van het ‘jood zijn’ was dat ook nog een vertrouwensfunctie met het geld.
In het discipelschap nog weer een discipelschap erbij.
Maar de jood gaat daar mee aan de haal.
Blijkbaar moet je zeggen: de roeping perverteert.
In plaats van mensen voor God te willen winnen, het leven voor God te heiligen, mensen onder het beslag van God te brengen, zoals het oud-NL dat zo mooi zegt, wordt God onder het beslag van de mensen gebracht.
En Judas brengt de mensen naar Jezus in de hof van Gethsemane, dat is zijn discipelschap, zijn roeping.
Maar niet opdat zij door Jezus gevangen worden genomen, brengt hij ze; om door het heil te worden geleid, maar hij brengt ze naar de hof van Gethesemane omdat Jezus gevangen wordt genomen, en dat Jezus onder het beslag van de mensen wordt gelegd.
De jood, zegt Mattheüs, die bewerkstelligt uiteindelijke een volledige omkering van Gods bedoelingen.
De boom van kennis van goed en kwaad en de boom des levens die in het paradijs stond gepland die wordt door zijn toedoen een boom van eeuwige verbanning en duisternis.
Het wordt een boom die scheidt in plaats van een boom die verbindt.
Die wordt een boom die tussen God en mensen in komt te staan, in plaats van waar die was bedoeld , namelijk dat God en mensen samen onder die boom zouden uitrusten, in wiens schaduw het voor God en mensen goed toeven is.
Nou, dát is de jood, zegt Mattheüs.
En wat wij ons nu gaandeweg gaan realiseren, zestig jaar na de Tweede Wereldoorlog is, dat dus Hitler eigenlijk veel beter in de bijbel thuis was dan wij gewoonlijk voor waar willen houden. En dat Hitler deze, op zich bijbelse gedachte, tot z’n uiterste consequentie heeft uitgewerkt.
Want Hitler zei: Dan moet de jood ook maar verdwijnen!
Want er moet toch een nieuwe mens komen!
Deze door God uitverkoren mens heeft zich als Judas bewezen.
Als een verrader van Gods zaak, als deserteur, als vijfde colonne.
Dan moet er een nieuwe mens komen.
Als Judas Jezus heeft overgeleverd aan de hogeprieters en de oudsten van de gemeenschap, dan herhaalt zich de eeuwenoude geschiedenis vanaf het paradijs.
Het zelfde wat over de eerste jood wordt verteld, dat gebeurt opnieuw.
Er was van die eerste jood geen boos opzet in het spel.
Er was eerder sprake van een geweldige naïviteit.
Waarom ben je geneigd aan Adam en Eva te vragen: waarom hebben jullie niet eerst het spreken van de slang getoetst.
Je zag toch dat een ander beest was dan al zie andere beesten.
Daar ga je toch niet zo maar mee in zee.
Zo argeloos ben je toch niet?
Daarom ben je geneigd tegen Adam en Eva te zeggen: heb je de dubbel bodem in zijn spreken niet gehoord?
Er is die kinderlijke onschuld, er is die verraderlijke naïviteit in het leven en er is ook het oprechte begeren waardoor ja,als het ware, in het moment zelf valt.
En zonder verder nadenken nemen ze de vrucht en eten ze.
En ik herinner me dat zelf als kind.
Ik heb een keer een lucifer gehouden bij een paar droge bladeren en ik was stomverbaasd dat dat bos om mij heen in de fik vloog.
Nou het is gelukkig goed afgelopen. Het was maar een halve hectare.
Dat is nou die kinderlijke… die.. je ziet het dus niet.
Het is idioot eigenlijk, maar dat gebeurt.
En zo horen we het ook van Judas.
Dertig zilverlingen was ongeveer drie maanden salaris.
Later hoor je nog dat je voor 30 zilverlingen een stuk land kan kopen ongeveer zo groot als een kleine begraafplaats.
En geen moment is het blijkbaar in Judas opgekomen, dat Jezus door het Sanhedrin zou worden overgedragen aan de stadhouder, aan Pilatus.
Het Sanhedrin kon hem niet gevangen zetten of ter dood, dat was alleen maar een soort geding… hoe noem je dat, in de middeleeuwen? Zo’n disputatio.
Geen moment heeft hij er blijkbaar aan gedacht dat het Sanhedrin naar Pilatus zou gaan, en dat hij dan, of zoals Johannes de Doper inde gevangenis kon komen, of nog erger: ter dood veroordeeld kon worden.
Hij heeft niet verder nagedacht dan het moment van zijn eigen teleurstelling, want die was er,
De intocht in Jeruzalem was geweest en het bleek.. hij was zo’n stukje af van de troon ne hij gaat niet naar de troon, hij gaat ’s avonds weer terug, buiten de poorten van de stad, n het dal van de beek Kidron.
Teleurstelling dat hij geen koning wilde worden en blijkbaar denkt Judas: Nu kan ik nog ‘cashen’ met hem en ik hem drie jaar hem loon gederfd en ben er drie jaar toch bij ingeschoten, nu zullen we het maar op deze manier afhandelen.
Er zijn ook nog theorieën die beweren dat Judas Jezus eigenlijk wilde beschermen tegen de volkswoede, want het volk was natuurlijk ook teleurgesteld, dat hij niet doorstootte naar de troon en dat Judas dan dus Jezus overdroeg om hem te beschermen tegen een soort lynchpartij van het volk.
Maar die theorie is denk ik alweer … ja … dat is nou precies waar het dus om gaat:
van Judas dacht helemaal niet na.
Als Judas dat nog had gedaan, dan had hij nog nagedacht.
Maar de grootste zonde van de jood is dat hij niet nadenkt, dat hij gewoon handelt, dat hij doet als Adam en Eva: Wat zijn oren horen en zijn ogen zien wat begeerlijk is.
En zo legt Judas dan de zonde bloot, die door de bijbel ‘jood’ wordt genoemd.
De zonde die, dat de geroepene Gods eigenlijk leeft als een dier.
Hij schakelt niet de rede in waarmee die is begiftigd.
Hij volgt zijn gevoelens, loopt langs de lijnen van zijn kinderlijke naïviteit en instincten.
Hij wordt niet volwassen, hij neemt niet de verantwoordelijkheid, de volwassenheid op zich, die God hem, als enige van al wat leeft, op de schouders heeft gelegd.
Alles wat God geschapen heeft blijft in dat kinderlijke stadium, maar één wordt er uit gehaald: de mens om volwassen in de schepping te zijn, om het leven te heersen, om, en daar krijgt hij die rede voor.
Maar de jood blijft handelen in het platte vlak.
Precies zoals al het andere dat God geschapen heeft.
Blijft doorleven in het platte vlak naar zijn aard en naar de natuurwetten.
De zonde van de jood is, dat hij, kortom, weigert om mens te zijn.
Hij laat het afweten gezant, gezondene te zijn.
En daarmee laat het afweten om precies dát te zijn wat hij alleen maar kan zijn.
Hij alleen kan namelijk maar vrij zijn. al het andere is gebonden in het één dimensionale. Alleen de mens is vríj! Volkomen vrij!
Niemand heeft dat gekregen in die zeven dagen, behalve de mens.
En hij laat het afweten.
De bijbel zegt: de jood in ons is onze grote tegenstander.
De jood is nog gevaarlijker dan de heiden en de Griek.
Want de heiden en de Griek die herkennen we wel, de ongelovige en de atheïst.
Maar de jood herkennen we niet.
Die is een ‘silent killer’.
Hij is deel van ons.
Hij is de schaduw aan onze linkerhand.
Hij is de slang die uitgekleder is dan al wat leeft op het veld.
Hij is een soort aal, zeg maar, een gladde aal.
Je kan geen vat op hem krijgen.
En die aal kronkelt eindeloos door de wateren van ons bestaan.
Pas als God er bij komt, zegt de bijbel, gaan de ogen open.
De schaduw aan de rechterhand.
Als we daarin durven kijken.
Als we de schaduw aan de rechterhand ons laten bevragen hoe dat och zit met die schaduw aan onze linkerhand.
Wat doet ‘ie toch. Waar is tie mee bezig?
Op dat moment onderkennen we dat we naakt zijn, en wat doen we dan?
Nou dan naaien we gauw van loof van een vijg een schort aaneen.
Dan ontlopen we opnieuw het gesprek met de schaduw aan onze rechterhand.
Judas ziet opeens dat Jezus is veroordeeld, zijn ogen gaan open.
Hij krijgt berouw.
Hij brengt de 30 zilverlingen terug en hij roept: o God ik heb gezondigd. Ik heb onschuldig bloed prijsgegeven. Hij gooit de zilverstukken in de tempel.
Dat is heel beeldend. In de tempel. Misschien helpt het nog.
En hij neemt de wijk.
Maar hij vertrouwt het niet of het helpt en hij verhangt zich.
Nou de beschrijving van de schorten, de beschrijving van de zilverstukken van Judas.
Laat nou niemand ooit zeggen dat het OT zo veel vreselijker is in het beschrijven van het lot van de mens dan in het NT.
Want in het OT wacht de mens nog op wat komen gaat, maat in het NT is de mens alle hoop kwijt. Hij slaat de hand aan zichzelf.
Hij zegt:Wat schorten, vijgenbladeren? Alleen de dood zal nog mijn schaamte kunnen bedekken.
Gemeente van Christus, ik wil tot een afronding komen.
Hitler wilde de jood in ons midden definitief uitdrijven.
Dat klinkt misschien heel vreemd, maar hij staat daarmee op bijbelse bodem.
Want de jood in ons leeft aan zijn goddelijke roeping voorbij en hij doet zijn schepper lelijk tekort.
Wij hebben Hitler in de afgelopen decennia als een monster afgeschilderd.
Maar monsters bestaan niet.
Ja, kinderen hebben het over monsters.
En dan bedoelen kinderen: een monster is dat wat ze niet aankunnen.
Maar wij, volwassenen, kennen geen monsters.
Wij kennen wel mensen die ontkennen dat de jood in ons huist.
En dat wij aan onze roeping voorbij leven.
Volwassen weten van zichzelf dat ze telkens weer, net als alle andere geschapenen om ons heen, volwassenen weten dat ze soms terugvallen in een kinderlijk geloof in monsters en dat ze dan weer één dimensionaal lezen. Leven.
Wij zijn geroepen om volwassenen te zijn.
En wij zijn geroepen te zien, dat met de dood van Hitler dat probleem de wereld nog niet uit is. En dat dat probleem nooit de wereld uitzal zijn, tenzij God zelf de nieuwe hemel en de nieuwe aarde schept.
Dat ‘Nooit meer Auschwitz’, dat is bijbels gezien, goed bedoeld.
Maar het is weinig realistisch.
Het gaat fundamenteel voorbij aan dat God alleen de nieuwe hemel en de nieuwe aarde kan realiseren. En ook zal realiseren. En zal verwezenlijken.
De bijbelverhalen houden ons voor dat God daarmee nog wacht.
Dat God wacht, totdat zijn tijd daar is, zijn oordeel daar is, zondag ‘judica’ zal dat zijn.
De dag waarop God zegt: Nu is de tijd gekomen.
Nu zal ik de belofte ‘Ik zal alle dingen nieuw’, nu zal ik die realiseren.
En tot die tijd, ja tot die tijd, roepen veel mensen tegenwoordig, net als de baäl-priesters destijds: Nou God is het vergeten hoor; of: God houdt zich schuil; of God is in slaap gevallen; of: God is niet meer in de wereld geïnteresseerd; of: ’t komt er nooit meer van; of : bestaat God eigenlijk wel.
Maar de bijbelverhalen vertellen anders.
God is er bij.
Al die tijd.
Ook als de verwezenlijking van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde nog uitstaat. God is er al die tijd bij.
En je ziet het in de komst van Jezus Christus hoe God er nog steeds bij is.
God komt naast je staan. net als in de hof waar dam en Eva zaten, aan je rechterhand.
En net als in de hof waar Maria Jezus voor de tuinman aanzag.
En ook net als toen Judas, weet je nog, dat stukje brood in die schaal indompelde met die saus en toen stak de Heer ook zijn hand in die schaal, ook met een stukje brood, dezelfde saus.
De Heer is erbij. God is erbij.
Ook al staat dat van die nieuwe hemel en die nieuwe aarde nog zo ver weg mischien.
God is erbij in de stilte, in de liefde en in de tederheid, waarmee hij alleen maar stil kan zijn, liefde geven en teder. Hij is er in het geduld, in de barmhartigheid, in de toewijding en in de ontferming, waarin hij koestert al wat geschapen is.
God is erbij. Soms als de barmhartige Samaritaan, de wonderlijke helpende hand die je plotseling wordt toegestoken van zo volkomen onverwachte zijde.
Want God laat de jood niet aan zijn lot over.
God trekt met hem mee al die tijd.
Het is dit geloof waar de gemeente haar kracht uit put.
De gemeente die zich volbloed jood weet en die toch niet gaat wanhopen.
Het is dit geloof waardoor de gemeente zegt: Wat! Ik ga alle andere joden in de wereld erbij halen en we gaan samen leven naar die dag toe van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde.
En het lukt!, want God is erbij. We houden het vol.
Het is dit geloof waardoor de christenen zeggen: Nee, niet langer praten over een land, een volk een stad. Maar liever gaan praten over de belofte waar het Rijk van God uit voortkomt. De belofte van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde.
Het is dit geloof waardoor de christen zegt: Nee, maar liever niet te veel naar dat aardse Jeruzalem kijken en een nieuw Jeruzalem bouwen aan gene zijde van de oude stad ten koste van de heidenen die daar woonden, maar liever in het hart op het nieuwe Jeruzalem vertrouwen.
Dat komt, dat door hem zelf zal worden geplant.
Want God is erbij.
En de gemeente van Christus leeft van die ene enkele zin, van dat vluchtige zinnetje, daar leven we van.
God is erbij hoor, zeggen we.
Dwars tegen alles is.
Nou, noem het maar op wat je overkomt in je leven, zeg je: Nee, God is erbij.
En met dat ene zinnetje daagt de gemeente natuurlijk ook uit en zegt ze: God is erbij, politici!
God is erbij, wereld!
In dat ene zinnetje wordt door de gemeente het vreugdevuur herkend.
En wie wil er niet bij dat paasvuur staan?
Waar zij zich warmen en feestvieren in het licht van al dat dorre hout dat in haar vlammen opgaat.
De christen wordt geboren uit de jood en uit de heiden en hij wordt geboren iedere dag opnieuw.
Het is geen verdienste, maar het is, om het maar ouderwets te zeggen: genade.
Het is er niet om tegen elkaar uit te spelen, maar het is om te verbinden, te verbinden, zoals Hij er bij is, zoals Hij verbindt en samenvoegt en onze harten voor elkaar opent.
Amen.

Bron: Trouw

Advertenties

2 gedachten over “Christendom vs Jodendom

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s