Het Verhalenspel: Ost Arden


SpittingCobra (aka Whitecrane) naderde grimmig de veste Killem Bath in Ost Arden. Maar al te goed herinnerde SpittingCobra de tijd, dat de anderen hier heer en meester waren, totdat Prester John en zijn Paladijnen alles wegjoegen wat niet paste in hun ideaal van recht en orde. Eigenlijk was de huidige heerser van Killem Bath, Hertog Jona, slechts een usurpator. Wat wist hij nou van het verleden van de anderen? En nu waren er de laatste tijd mysterieuze verdwijningen in deze streek, er werd gefluisterd dat de anderen hiermee te maken zouden hebben. SpittingCobra wist als geen ander, dat mensen als Hertog Jona weinig onderscheid zagen tussen de verschillende facties van de anderen, hierover waren reeds eerder harde woorden en daden gevallen. SpittingCobra was nu wederom via een tussenpersoon van de anderen benaderd om op te treden als gezant naar Hertog Jona, om escalatie te voorkomen. “Jullie weten, wat dat er een bloedvete tussen mijn familie en die van Hertog Jona is” had SpittingCobra tegengeworpen. “We weten niemand anders, die we zouden kunnen vragen als middelaar” had de tussenpersoon gezegd. “En er ligt nog steeds een geis op je, dat je niet mag weigeren om gezant te zijn’ “Het zij zo”, zuchtte Spitting Cobra.

Advertenties

12 gedachten over “Het Verhalenspel: Ost Arden

  1. Het was alweer een jaar en een dag geleden, dat SpittingCobra de veste Killem Bath in Ost Arden had gezien, destijds had hij dringende redenen gehad om er niet lang te verblijven, maar deze keer had hij niet kunnen voorkomen dat hij werd opgeroepen om terug te keren naar Ost Arden.

    “Wie is daar?” riep de schildwacht bij de poort.

    “Zeg Hertog Jona, dat SpittingCobra hier is als gezant!” gromde SpittingCobra bars.

  2. Onder begeleiding van zwaarbewapende wachters, liep SpittingCobra naar de centrale hal, waar Hertog Jona zijn gasten ontving.

    Een groter contrast was er niet denkbaar:
    De kleurige hofkleding van de knappe Hertog Jona en zijn diverse mooie hovelingen in vol ornaat, tegenover de sjofele SpittingCobra met zijn wanstaltig gezicht.

    Vlak voor Hertog Jona aangekomen hield SpittingCobra halt.
    “Als gezant van de Vrouwe, verzoek ik om audientie!”

    Hertog Jona verbleekte, zijn handen klemden zich om de leuningen van zijn troon.
    “Het is een slechte wind, die jou weer hierheen bracht, maar terwille van de Vrouwe zal ik je morgen audientie verlenen als gezant”.
    Onmiddelijk gaf hij opdracht aan zijn majordomo, om SpittingCobra naar het gastenverblijf te begeleiden.

  3. Nadat hij zijn boodschap had afgeleverd bij Hertog Jona, volgde SpittingCobra de jonge bediende die hem naar zijn gastverblijf zou brengen.

    Onderweg zag hij een aantal andere gasten die door de Hertog vandaag waren ontvangen: de een aantal verwende jonkvrouwen die in een puberbui hun ouderlijk huis waren ontvlucht (Acadia, Ivy en Kionah Sinnamon), een gesjeesd nonnetje (Vlavia), een kruidenvrouwtje (Morgaine Lavender), een schandknaap (William Moon), een ongehuwde moeder (Bianca Tudor), twee dolende ridders (een mannelijke en een vrouwelijke versie, Geoffrey Mara en Cillian Caitlyn), kortom de gebruikelijke verzameling avonturiers.

    En toch kreeg SpittingCobra het gevoel dat hier niets was wat het leek…
    “Foul is Fair, and Fair is Foul” mompelde hij.

  4. Nadat SpittingCobra zijn kamer had geïnspecteerd, waste hij uitgebreid het stof van de lange reis naar Ost Arden van zich af, vervolgens waste hij zijn reiskleren.
    Tenslotte liet hij zich vallen op het bed, om pas wakker te worden toen de bode hem de volgende dag wakker maakte voor het ontbijt bij Hertog Jona.
    Tot verbazing van de overige genodigden, werd SpittingCobra aan de linkerhand van de kasteelheer geplaatst.
    Uiterlijk kalm begroette de hertog alle gasten, in een adem door kondigde hij aan dat het kasteel reeds was geïnfiltreerd door weerwolven, die zich waarschijnlijk ook tussen de gasten zouden begeven.
    In de stilte die viel, verbleekten vele gasten. Meteen erna brak een enorm rumoer uit, er werd druk door elkaar heen gespeculeerd over mogelijke verdachten, en SpittingCobra bemerkte grimmig dat hier en daar zijn naam werd gefluisterd door een aantal malloten.

    Pas toen Lavender Morgaine haar harp tevoorschijnhaalde en de eerste akkoorden er op aansloeg, werd het weer kalmer in de zaal, waarna men weer op kalmere toon met elkaar in gesprek kon gaan.

    SpittingCobra zag dat Lavender Morgaine op een gegeven moment haar harp weer liet rusten, en in gesprek ging met Ivy en Cillian Caitlyn.
    Hij zag hoe Geoffrey Mara wantrouwig loerde naar Lavender Morgaine, het viel hem op hoe die man zo snel was met het noemen van verdachten, zou hij zelf een weerwolf kunnen zijn?

    Toen een stilte viel tussen de gesprekken, stond SpittingCobra op en richtte zich tot Hertog Jona:
    “Wat is gezegd over weerwolven, bevestigd mijn vermoeden dat ik een jaar en een dag geleden reeds eerder had gezegd, maar dat hier niet wenselijk werd geacht om te horen: de handlangers van de Stormkoning hebben zich verscholen onder de schaduw van Prester John’s Paladijnen!
    Als gezant van de Vrouwe geef ik nogmaals Haar smeekbede door, om onze geschillen neer te leggen om te strijden tegen de gemeenschappelijke vijand!”

  5. SpittingCobra observeerde de onderlinge verdachtmakingen die over en weer vlogen:

    Acadia Petronella verdacht Mara Geoffrey.
    Cillian Caitlyn verdacht SpittingCobra.
    Jonkvrouwe Ivy verdacht Mara Geoffrey.
    Lavender Morgaine verdacht Mara Geoffrey, terwijl Mara Geoffrey daarentegen Lavender verdacht, die twee konden elkaars bloed wel drinken.
    Sir William verdacht Vlavia.
    Sinnamon Kionah verdacht William Moon.
    William Moon verdacht Vlavia.
    Tudor (Bianca Zarofusta Niabolica) verdacht SpittingCobra
    Vlavia verdacht SpittingCobra.
    Spitting Cobra verdacht Mara.

    Cakemixx had tot nog toe geen uitspraak gedaan.

    “Het zal er om spannen” bromde SpittingCobra “Ik hoop dat de Priester klaarstaat om de weerwolf te bedwingen”.

  6. Geoffrey Mara en SpittingCobra stonden tegenover elkaar en keken elkaar doordringend aan:

    Op dit moment hadden drie personen verdenkingen geuit tegens Mara, en vier tegen SpittingCobra (waarvan eentje definitief), terwijl Cakemixx nog zijn stem moest uitbrengen.
    Een jaar en een dag geleden was iets dergelijks ook al gebeurd met de broer van SpittingCobra; toen die executie voorbarig bleek, was de bloedvete ontstaan tussen Hertog Jona en SpittingCobra.
    Nu leek het er op dat de erfgenamen van SpittingCobra die bloedvete moesten voortzetten!

    “Het zij zo!”gromde SpittingCobra, “de Stormkoning komt terwijl wij hier onze energie verspillen aan onderling getwist!”

  7. SpittingCobra keek Mara scherp aan:
    “Het is een nek aan nek-wedstrijd tussen ons, wie als eerste de beul zal ontmoeten, laat de Godin tussen ons beslissen!
    Ik daag je uit tot een duel, á l’outrance!”

  8. Zoals hij reeds had verwacht, vielen de meeste verdachtmakingen op SpittingCobra, iets wat Hertog Jona heel goed uitkwam.

    Priesteres Ivy legde een schepje bovenop door hem met wijwater te besprenkelen, om er zeker van te zijn dat de weerwolf dood zou gaan, maar helaas voor haar bleek hij onschuldig te zijn.
    Bruusk wendde hij zich om, en liep de zaal uit.

    “Wat had ik voorspeld?” gromde SpittingCobra in het voorbij gaan naar degenen die hem vals hadden beschuldigd.
    “Zullen jullie de volgende keer meer luisteren naar wat ik te zeggen heb?”

    Vlak voordat hij de uitgang van de zaal bereikte, keerde hij zich naar Hertog Jona, en riep met luide stem naar de andere kant van de zaal: “Voor nu hebben wij wapenstilstand om onze gemeenschappelijke vijand te bevechten, maar als dit alles voorbij is dan hebben we nog een rekening te vereffenen!”

  9. Bij het verlaten van de ontvangstzaal na zijn nipte ontsnapping aan de zoveelste gerechterlijke dwaling van Hertog Jona, sloeg Sinnamon een troostende arm om de schouder van SpittingCobra.

    Hij bloosde hierbij een beetje, dit was al de tweede vrouw die zich met hem bemoeide in het kasteel; nu behoorden Sinnamon en Ivy inderdaad tot degenen die niet hem hadden beschuldigd. Sinnamon had William Moon de windhaan verdacht, terwijl Ivy net als SpittingCobra een verdenking had tegen Mara.

    Diep in gedachten liep SpittingCobra zwijgend samen met Sinnamon, het leek alsof hij haar arm om zijn schouder nauwelijks bemerkte, zo diep was hij verzonken in gedachten.

  10. SpittingCobra ontmoette William Moon toen deze de kamer verliet van Lavender die afgelopen nacht vermoord was door de weerwolf.

    “Jij hebt het gedaan, daar was ik afgelopen nacht getuige van!”

  11. Na een goede nachtrust bemerkte SpittingCobra dat deze keer de weerwolf geen slachtoffers had gemaakt.
    “Ik dank mijn beschermengel en helper, dat ik gespaard ben gebleven”
    prevelde hij.
    Tijdens het ontbijt deed jonkvrouwe Ivy pogingen om een gesprek aan te knopen, maar SpittinCobra was met zijn gedachten bij iemand anders.
    Hertog Jona had medegedeeld, dat volgens zijn spionnen nog steeds een weerwolf in het kasteel aanwezig was, maar wie dan?

    SpittingCobra keek scherp in de richting van Bianca Tudor, die net voorbijwandelde, zou zij het kunnen zijn?

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s